Absoluut bevoegde rechter bij arbitrages van voor 1 januari 2015


HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1072

Op arbitrages die voor 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het oude arbitragerecht van toepassing. Dat geldt ook voor verzoeken om erkenning en tenuitvoerlegging van dergelijke arbitrages, en voor buitenlandse arbitrages.

Achtergrond van de zaak

Seitur en CWT zijn in 2011 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan. CWT heeft de samenwerkingsovereenkomst in 2012 opgezegd. CWT heeft op 6 november 2012 een arbitrage aanhangig gemaakt tegen Seitur bij het International Court of Arbitration in Parijs over de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst.

Bij vonnis van 7 april 2015 heeft het International Court of Arbitration de vorderingen van CWT grotendeels toegewezen en de tegenvorderingen van Seitur afgewezen.

CWT heeft in deze procedure bij inleidend verzoekschrift van 20 september 2019 het gerechtshof Amsterdam verzocht om volledige althans gedeeltelijke erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van het arbitrale vonnis op de voet van het Verdrag van New York 1958. Volgens CWT is het hof daartoe bevoegd op grond van art. 1075 lid 2 Rv.

Seitur heeft de bevoegdheid van het hof betwist en op de voet van art. 1076 lid 6 Rv (oud) gesteld dat niet het hof maar de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

Het hof acht zich bevoegd

Het hof heeft zich in weerwil van het standpunt van Seitur in deze zaak bevoegd verklaard. Het hof overwoog daartoe als volgt (ECLI:NL:GHAMS:2021:528; rov. 2.2):

“Het hof volgt eerdere uitspraken waarin op dit punt is beslist dat in een geval als waar het hier om gaat – een buitenlandse arbitrage waarvan het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging is ingediend na inwerkingtreding van de Wet modernisering Arbitragerecht – het op het tijdstip van indiening van het verzoekschrift (20 september 2019) geldende procesrecht van toepassing is (…). De daartegen ingebrachte argumenten van Seitur werpen geen ander licht op de zaak en nopen dan ook niet tot een andere beslissing. Het hof acht zich dus op de voet van artikel 1075 lid 2 Rv, althans artikel 1076 lid 6 Rv bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.”

In zijn eindbeschikking heeft het hof het arbitrale vonnis erkend en verlof tot tenuitvoerlegging daarvan verleend.

Hoge Raad: het hof was niet bevoegd, maar de voorzieningenrechter

Seitur klaagt in cassatie dat het hof zich op basis van het oude arbitragerecht onbevoegd had moeten verklaren.

De Hoge Raad beslist dat die klacht gegrond is. De Hoge Raad schetst beknopt wanneer het oude of het nieuwe arbitragerecht van toepassing is:

“3.1.3 Art. IV Wet modernisering arbitragerecht maakt voor het overgangsrecht een onderscheid op grond van het moment waarop de arbitrage aanhangig is gemaakt.

Op arbitrages die op of na 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het nieuwe arbitragerecht van toepassing (lid 1). Daarop voortbouwend bepaalt lid 3 dat het nieuwe arbitragerecht ook van toepassing is op zaken die, kort gezegd, naar aanleiding van dergelijke arbitrages bij de rechter aanhangig zijn gemaakt.

Op arbitrages die voor 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het oude arbitragerecht van toepassing (lid 2). Daarop voortbouwend bepaalt lid 4 dat het oude arbitragerecht ook van toepassing is op zaken die, kort gezegd, naar aanleiding van dergelijke arbitrages bij de rechter aanhangig zijn gemaakt.

3.1.4 Art. IV Wet modernisering arbitragerecht is ook van toepassing op buitenlandse arbitrages en op zaken die naar aanleiding van dergelijke arbitrages bij de rechter aanhangig zijn gemaakt.”

De arbitrage tussen CWT en Seitur is aanhangig gemaakt op 6 november 2012, dus ruim voor de invoering van het nieuwe arbitragerecht op 1 januari 2015. Dat betekent dat het oude arbitragerecht van toepassing is. Op grond van art. 1075 Rv (oud) dan wel art. 1076 lid 6 Rv (oud) is de voorzieningenrechter van de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging van CWT, aldus de Hoge Raad.

De Hoge Raad vernietigt en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.



https://cassatieblog.nl/bijzondere-overeenkomsten/absoluut-bevoegde-rechter-bij-arbitrages-van-voor-1-januari-2015/